ONDERZOEK

Hoe kan mannenkleding functioneren als een visueel portret van persoonlijke identiteit?

Binnen dit onderzoek staat de relatie tussen kleding en identiteit centraal. Met deze formulering wordt niet alleen gekeken naar de mogelijkheden van kleding als middel van expressie maar ook naar de beperkingen die ik onderweg tegen ben gekomen. De focus ligt op het vertalen van karaktereigenschappen, sociale rollen en gedrag naar ontwerpkeuzes in vorm, materiaal tot in detail.

Tegelijkertijd wordt erkend dat deze vertaling nooit volledig objectief kan zijn: de ontwerper neemt een actieve rol in het interpreteren en selecteren van eigenschappen waardoor elk ontwerp een vereenvoudiging en een herformulering van identiteit vormt.
Identiteit wordt binnen dit onderzoek gezien als een gelaagd en veranderlijk geheel van gedrag, sociale rol, karaktereigenschappen en perceptie door anderen. Het gaat hierbij niet om een volledige representatie maar om een selectieve vertaling die mijn interpretatie van zichtbare en betekenisvolle aspecten laat zien. Om de centrale vraag te beantwoorden, zijn de volgende deelvragen geformuleerd. Ten eerste, hoe kan persoonlijke identiteit worden geanalyseerd en vertaald naar visuele, materiële en vormgevende keuzes binnen mannenkleding en ten tweede, in hoeverre is het mogelijk om een consistente ontwerpmethode te ontwikkelen voor deze vertaling en waar blijkt deze methode te falen of tekort te schieten?

Mode als communicatiesysteem

Mode kan worden gezien als een systeem van visuele communicatie waarin kleding functioneert als drager van betekenis. Binnen de semiotiek beschrijft Roland Barthes kleding als een verzameling tekens die informatie over de drager communiceren (Barthes, 2006). Elementen zoals silhouet, materiaal en kleur dragen bij aan de constructie van betekenis.

Deze benadering gaat ervan uit dat kleding 'leesbaar' is. Het model van Barthes veronderstelt daarbij een vrij vaste relatie tussen teken en betekenis maar die aanname werkt bij kleding veel minder goed dan bij taal. Kleding is geen gesloten tekensysteem: hoe iets wordt 'gelezen' hangt af van culturele achtergrond, omgeving, generatie, sociale klasse en de situatie waarin het wordt gedragen. Barthes analyseert kleding bovendien primair als 'geschreven mode' zoals afgebeeld in tijdschriften en niet als gedragen mode in het dagelijks leven waar ik juist naar kijk (Barthes, 2006, p. 13).

Silvinio at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond
Kenji performing at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond

Dit onderscheid is cruciaal: wat op een schets of op een afbeelding betekenis heeft werkt niet automatisch op het lichaam in een sociale ruimte. Historisch gezien heeft mannenmode gefunctioneerd als een middel om sociale positie en groepsidentiteit zichtbaar te maken (Blackman, 2009).

Van formele tailoring tot subculturen zoals punk en hiphop: kleding fungeert als een visuele code die laat zien waar iemand bij hoort. Deze codes zijn echter niet universeel maar cultureel en contextueel bepaald. Ontwerpers zoals Martine Rose vertalen sociale en culturele contexten naar herkenbare visuele vormen. Haar werk laat zien hoe kleding kan functioneren als een geconstrueerd beeld van een bepaald archetype. Tegelijkertijd maakt dit onderzoek zichtbaar dat deze communicatie nooit volledig controleerbaar is. Ontwerpintenties worden niet automatisch herkend door de toeschouwer en visuele elementen kunnen verschillende soms zelfs tegenstrijdige betekenissen oproepen.

Binnen het hedendaagse modedebat speelt deze instabiliteit van betekenis een steeds grotere rol. De opkomst van genderneutrale mode, de groeiende zichtbaarheid van niet-westerse kledingtradities in hoge mode en de invloed van sociale media op de verspreiding van stijlcodes hebben de relatie tussen kleding en identiteit nog complexer gemaakt. Waar vroeger relatief stabiele visuele codes functioneerden: het pak als symbool van gezag, het uniform als teken van het onderdeel zijn of horen bij een bepaalde groep is de hedendaagse mode gefragmenteerd in een veelheid van gelijktijdige, vaak conflicterende betekenissen. Stijlen worden losgemaakt uit hun oorspronkelijke context, via Instagram onttrokken aan hun betekenis en opnieuw samengebracht in combinaties die voor de een herkenbaar zijn en voor de ander juist onleesbaar. Voor een project dat individuele identiteit via kleding probeert over te brengen heeft dat grote gevolgen: de toeschouwer die het kledingstuk “leest”, hanteert een volledig eigen referentiekader dat als ontwerper nauwelijks te sturen is.

Levi at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond
Romayn at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond

Dit heeft directe gevolgen voor de ambitie van dit project. Wanneer er geen gedeeld leessysteem meer bestaat, wordt de communicatieve kracht van kleding als identiteitsdrager in de kern verzwakt. Een ontwerp kan refereren aan een subcultuur, een emotie of een persoonlijkheidskenmerk maar als de toeschouwer het referentiekader niet deelt, verdwijnt deze betekenis. In plaats van een boodschap die overkomt, ontstaat dan een visueel object dat uitnodigt tot projectie: de toeschouwer vult in wat hij of zij wil zien of denkt te zien. Dit is niet per definitie slecht maar het stelt wel de vraag wat de ambitie van 'portretteren via kleding' precies inhoudt en of die ambitie realistisch is.

Binnen dit onderzoek wordt mode daarom niet benaderd als een eenduidig communicatiemiddel maar als een open systeem waarin betekenis wordt geconstrueerd, verschoven en soms verkeerd begrepen. Die instabiliteit is geen tekortkoming van een onvoldoende doordacht ontwerp maar blijkt een structurele eigenschap van deze vorm van communicatie.

Identiteit en sociale presentatie 

Erving Goffman beschrijft identiteit als een vorm van sociale performance, waarbij individuen zichzelf presenteren afhankelijk van de situatie (Goffman, 1959). Kleding speelt hierin een rol als onderdeel van deze presentatie als 'kostuum' in de theatrale metafoor die Goffman hanteert. Goffmans model biedt een bruikbaar startpunt maar stuit in dit onderzoek op een grens: zijn theorie veronderstelt dat de performer zelf de regie voert over de presentatie.

In dit project is het echter ik als de ontwerper die deze regie grotendeels overneemt. De kledingstukken functioneren niet als expressie van de drager maar als interpretatie door de maker. Dit verschuift de vraag: het gaat niet langer om hoe mensen zichzelf presenteren via kleding maar om hoe een ontwerper iemand anders presenteert en wat daarin verloren kan gaan. Dit maakt de authenticiteit van de representatie problematisch.

Brohlin rapping at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond
Levi performs at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond

Waar Goffman sociale performance beschrijft als een wisselspel tussen acteur en publiek is er in dit onderzoeksproject een derde partij bepalend. De ontwerper filtert, selecteert en versterkt bepaalde eigenschappen. Het ontwerp is daarmee niet een perfecte spiegel van de persoon maar een vorming en die vorming draagt altijd de handtekening van de maker.

Een aanvullend en scherper theoretisch kader biedt de performativiteitstheorie van Judith Butler. In haar werk stelt Butler dat identiteit niet iets is wat mensen bezitten en vervolgens uitdrukken maar juist iets wat ontstaat door een herhaling van handelingen en gedrag (Butler, 1990). Volgens Butler is identiteit geen innerlijke kern die door kleding wordt omhuld maar het resultaat van een voortdurende, context gebonden uitvoering.

Dit heeft ingrijpende gevolgen voor de uitgangspunten van dit project. Wat Butler zegt heeft een directe consequentie voor dit project. Als identiteit pas ontstaat door hoe je je presenteert, dan is de vraag niet langer: hoe vertaal ik wie iemand is naar kleding? De vraag wordt dan: welk beeld van die persoon roept dit kledingstuk op? De ontwerper legt dan geen bestaande identiteit vast maar geeft er een vorm aan. Die vorm beïnvloedt vervolgens hoe anderen diegene zien. Kleding doet in dat geval meer dan tonen: het kleurt mee hoe iemand wordt waargenomen.

Dit sluit aan bij wat in dit onderzoek in de praktijk zichtbaar wordt. Meerdere deelnemers reageerden op hun ontwerp niet alleen als herkenning ('ja, zo voel ik me') maar ook als verrassing of ontdekking ('ik had nooit gedacht dat dit bij me zou passen maar toch begrijp ik dat deze outfit voor mij is'). Die reactie wijst erop dat het ontwerp niet alleen registreert maar ook activeert een aspect van identiteit zichtbaar maakt dat de drager zelf misschien niet bewust had benoemd. Dat is iets anders dan portretteren, het is eerder een vorm van uitdrukking.

Thomas at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond
Rick at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond

De semiotische benadering van Ronald Barthes en Erving Goffmans presentatietheorie vullen elkaar aan maar bieden samen nog geen antwoord op de vraag hoe individuele identiteit zonder archetypes vertaald kunnen worden naar kleding.


Butlers denken voegt daar een extra laag aan toe: het doorbreekt de aanname dat er een stabiele identiteit 'achter' het ontwerp bestaat die wacht om vertaald te worden. Precies op dat punt tonen ook de theorieën hun grenzen en begint het eigenlijke onderzoek.

Concreet betekent dit voor de praktijk van REBIRTH dat de ontwerper niet slechts een vertaler is maar ook een soort schepper kan zijn van de identiteit die hij wil portretteren. De keuze om Christoph te lezen als 'introvert en gecontroleerd' is niet een neutrale registratie van een feit maar een interpretatie die door het ontwerp versterkt wordt. Dat ontwerp beïnvloedt vervolgens hoe Christoph door anderen wordt waargenomen en mogelijk in sommige gevallen hoe hij over zich zelf nadenkt. Het zet mensen aan het denken.


De kleding creëert mede de identiteit die ze zegt weer te geven. Dit is een eigenschap van elke representatie. Het vraagt wel om bewustzijn. Een ontwerper die met persoonlijke identiteiten werkt draagt een zekere verantwoordelijkheid die verder gaat dan esthetische keuzes: hij of zij definieert ook al is dat niet de intentie mee wie iemand kan zijn in de blik van anderen.

Jelle and Olayinka at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond
Bryan playing football at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond

Mode ontwerp en persoonlijke expressie 

Binnen dit onderzoek speelt de vraag wanneer kleding kan worden beschouwd als mode en wanneer het eerder functioneert als kostuum. Hoewel beide vormen identiteit kunnen communiceren verschillen zij fundamenteel in intentie, context en leesbaarheid.

Kostuums worden doorgaans ontworpen voor performance en hebben als doel om een specifieke rol zo duidelijk mogelijk te representeren. De visuele taal is vaak expliciet en direct waardoor betekenis relatief eenduidig wordt overgebracht. Die duidelijkheid gaat echter ten koste van nuance: complexiteit wordt teruggebracht tot herkenbare visuele kenmerken. Mode daarentegen bevindt zich in een ruimte die meer openstaat voor interpretatie. Kleding moet draagbaar blijven en wordt gedragen in uiteenlopende sociale contexten, waardoor een spanningsveld ontstaat tussen expressie en functionaliteit (Schonberger, 2014).

Binnen het werk van Raf Simons wordt dit spanningsveld zichtbaar. Zijn collecties bevatten sterke conceptuele ladingen terwijl de kledingstukken tegelijkertijd binnen een draagbare context functioneren. Dit maakt zijn werk relevant: het toont hoe identiteit kan worden gesuggereerd zonder volledig tot in detail vastgelegd te worden.

Dit project positioneert zich in dit spanningsveld. De ontwerpen zijn niet bedoeld als kostuums maar zoeken wel de grenzen op. Dit roept direct een vraag op: in hoeverre blijft een kledingstuk nog mode wanneer het zo sterk gericht is op het communiceren van identiteit? Wanneer expressie te nadrukkelijk wordt, kan een ontwerp eerder richting kostuum verschuiven: identiteit wordt dan niet meer gesuggereerd maar opgelegd. Tegelijkertijd ervaar ik dit spanningsveld tussen mode en kostuum niet als problematisch maar juist als een interessante tussenruimte vol nieuwe inzichten waarin nieuwe betekenissen kunnen ontstaan.

Gidion performs at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond
Olayinka at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond

Het werk van Martine Rose biedt hier een interessant referentiepunt. Rose werkt met archetypen de Londense clubganger, de straatcultuurdrager en vertaalt deze naar herkenbare visuele vormen. Haar ontwerpen functioneren als visuele constructies die verwijzen naar een collectieve identiteit en dus niet naar een individu.



Juist dit onderscheid maakt het verschil met REBIRTH: waar Rose bewust generaliseert, probeert dit project juist het unieke vast te leggen wat minder herhaalbaar is. Dat is een fundamenteel andere ambitie een die kleding als medium op een veeleisendere manier op de proef stelt en die ik zelf in eerste instantie heb onderschat.

Wat daarbij ook een rol speelt, is de vraag hoe de drager zelf omgaat met het ontwerp. In dit project zijn de zeven mannen geen anonieme modellen maar mensen die ik echt ken en die een mening hebben over hoe zij worden gezien en die het ontwerp uiteindelijk zelf live dragen.


Dat voegt een laag toe die in een meer commerciële context minder vanzelfsprekend is: de drager heeft een belang bij de manier waarop hij wordt afgebeeld. Het ontwerp raakt aan iets persoonlijks. De deelnemers herkenden zichzelf direct in het ontwerp. Anderen waren verrast of twijfelden eerst. Die reacties zeggen iets over de ruimte tussen hoe iemand zichzelf ziet en hoe hij door een ander wordt gezien. Als ontwerper sta je precies in die ruimte. Je kunt hem niet wegwerken maar je moet er wel bewust mee omgaan.

Jelle at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond

Onderzoekmethoden

Binnen dit onderzoek wordt onderzocht hoe persoonlijke identiteit kan worden vertaald naar visuele en materiële vorm binnen mannenkleding. Identiteit bestaat daarin uit meerdere lagen die onderling in spanning kunnen staan zoals kracht en kwetsbaarheid, zichtbaarheid en terughoudendheid, controle en expressie.

Olayinka trousers with books at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond

Research by Design

Binnen dit onderzoek wordt gewerkt volgens een research by design-benadering, waarbij ontwerpen niet alleen worden ingezet als eindresultaat maar als middel om kennis te vergaren. Het proces bestaat uit een wisselwerking tussen analyse, experiment en reflectie. Ontwerpkeuzes worden niet vooraf volledig vastgelegd maar ontstaan en ontwikkelen zich binnen het maakproces. Kennis ontstaat juist door het maken, falen, opnieuw maken en formuleren van ontwerpkeuzes. Deze methode biedt ruimte voor ontdekking en nuance maar kent ook duidelijke beperkingen. De afhankelijkheid van intuïtie en persoonlijke interpretatie maakt het proces moeilijk reproduceerbaar en lastig overdraagbaar naar andere ontwerpers of contexten een spanning die verderop in dit onderzoek centraal staat.

Selectie van deelnemers

Voor dit onderzoek zijn oorspronkelijk acht mannen geselecteerd uit mijn persoonlijke netwerk gebaseerd op variatie in persoonlijkheid, achtergrond en levensstijl. Eigenlijk wou ik zelfs nog een grotere groep kiezen om zoveel mogelijk diversiteit te hebben. Gedurende het proces is echter gebleken dat het werken met acht of meer deelnemers niet haalbaar was. Om de kwaliteit te waarborgen is de focus verlegd naar zeven personen; een deelnemer (Kenji) valt buiten de uiteindelijke uitwerking. Kenji bleek uiteindelijk een bepaalde eenvoud in zich te dragen die juist lastig was om in zijn kracht en nuance vast te leggen. Waardoor de aandacht bij de rest weggehaald werd. Deze keuze onderstreept een belangrijk inzicht: verdieping is hier waardevoller dan kwantiteit maar het laat tegelijk zien dat de methode beperkt schaalbaar kan zijn en veel tijd kost.

Levi Thomas Rick backstage at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond
Brohlin lyrics at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond

Identiteitsanalyse 

De identiteitsanalyse is gebaseerd op mijn eigen startpunt in dit proces waarin ik ben begonnen met het verzamelen en interpreteren van de informatie die ik over de zeven mij bekende mannen heb.
To analyse each participant’s identity, I worked with a model consisting of three layers:
1. Achtergrond en context.
2. Publieke perceptie.
3. Persoonlijke identiteit.
Door deze drie lagen te combineren ontstaat een complexer beeld. Tegelijkertijd blijft de analyse afhankelijk van interpretatie. De ontwerper bepaalt welke eigenschappen worden benadrukt en welke naar de achtergrond verdwijnen de analyse is nooit volledig objectief.

Vertaling naar ontwerp

De identiteitsanalyse vormt de basis voor de ontwerpfase. De verkregen inzichten worden vertaald naar ontwerpelementen: silhouet, materiaalgebruik, kleur, textuur, details en afwerking. Daarnaast werk ik met een ontwerpsysteem waarin een wisselwerking bestaat tussen een basislaag en een buitenlaag, altijd aangevuld met een twist: een onverwacht detail of gegeven dat een minder voor de hand liggende eigenschap zichtbaar maakt of een eigenschap die je pas ziet wanneer je iemand beter kent. Dit sluit aan bij mijn voorliefde voor speelse details en geeft het ontwerp een meer persoonlijke lading. Dit systeem helpt bij het structureren van het ontwerpproces maar blijkt in de praktijk niet altijd volledig genoeg. Niet elke identiteit laat zich eenvoudig binnen deze gelaagdheid plaatsen. Het systeem functioneert daarmee eerder als hulpmiddel dan als vaste methode: het biedt richting maar geen garantie voor een geslaagde vertaling.

Gidion performing at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond
custom made set Silvinio REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond

Ontwerpproces 



Binnen dit onderzoek functioneert het ontwerpproces niet uitsluitend als middel om tot een eindproduct te komen maar als een kritisch instrument waarmee de aannames rondom identiteit en representatie worden getest en bevraagd.


In plaats van het ontwerpproces te zien als een lineaire vertaling van analyse naar vorm maakt dit onderzoek zichtbaar dat deze relatie instabiel, fragmentarisch en afhankelijk van interpretatie is.



Hoewel het proces in eerste instantie is opgezet in drie fasen, identiteitsanalyse, ontwerpontwikkeling en materialisatie blijkt in de praktijk dat deze structuur slechts beperkt houvast biedt. De fasen overlappen, verschuiven en moeten voortdurend herzien worden.


Ontwerpbeslissingen worden niet alleen gestuurd door analyse maar ook door intuïtie, materiaalmogelijkheden en beperkingen. Dit verzwakt het idee dat identiteit systematisch en controleerbaar vertaald kan worden naar kleding.

Christoph custom made set at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond
all models at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond

Identiteit als ontwerpinstrument 



Het vertrekpunt van het ontwerpproces ligt bij de identiteit van de drager. Deze keuze gaat ervan uit dat identiteit te analyseren en te vertalen is naar visuele kenmerken.


Binnen het proces levert deze aanname wel eens problemen op en wordt het soms zelfs rommelig. Identiteit manifesteert zich niet als een stabiel geheel, maar als een verzameling tegenstrijdige eigenschappen die afhankelijk zijn van context en perceptie.

Pogingen om deze complexiteit te structureren via het drielaagsmodel bieden houvast maar door eigenschappen te categoriseren en te koppelen aan vormelementen ontstaat het risico dat identiteit wordt vereenvoudigd tot een ontwerpbare logica. De 'twist' bedoeld om een verborgen laag zichtbaar te maken, functioneert in dit opzicht tegenstrijdig.



Enerzijds introduceert het nuance; anderzijds suggereert het dat complexiteit doelgericht kan worden toegevoegd als ontwerpstrategie. Dit roept de vraag op of gelaagdheid daadwerkelijk ontstaat of slechts wordt nagebootst of de twist authentiek is of een houvast in design.

Gidion and Olayinka at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond
Levi and Romayn at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond

Materiaalonderzoek als betekenisdrager 

Binnen het project wordt het gebruik van deadstock materialen gezien als een proces van transformatie en herwaardering. Materialen dragen een geschiedenis met zich mee en zouden daarmee inhoudelijke betekenis kunnen toevoegen aan het ontwerp.

Tegelijkertijd kan deze betekenis niet los worden gezien van de interpretatie van de ontwerper en de lezer. De geschiedenis van het materiaal is zelden direct zichtbaar en wordt vaak pas betekenisvol gemaakt door toelichting.

Hierdoor ontstaat een spanningsveld: in hoeverre draagt het materiaal zelf bij aan het concept, en in hoeverre wordt deze betekenis achteraf toegelicht? Wanneer een verhaal nodig is om het materiaal te doen werken is het dan het materiaal dat communiceert of het verhaal? En is de stofkeuze hierbij niet meer een persoonlijke voorkeur van mij als ontwerper?


Daarnaast dwingt de beperkte beschikbaarheid van materialen soms tot aanpassingen in het ontwerp waardoor het proces deels verschuift van concept gedreven naar meer praktisch gestuurd. Dit laat een spanning zien die het hele project kenmerkt: de ambitie om betekenis te construeren raakt de realiteit van materiaal, maakbaarheid en haalbaarheid.

Jelle custom made trousers at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond
Christoph Maas at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond

Silhouet en vorm

Binnen het ontwerpproces wordt het silhouet ingezet als primaire drager van karaktereigenschappen. Strakke vormen worden geassocieerd met controle, losse vormen met vrijheid.

Hoewel deze visuele logica intuïtief werkt is dit sterk afhankelijk van culturele codes en interpretatie. Dit betekent dat de relatie tussen vorm en betekenis niet universeel is maar gebaseerd op gedeelde aannames die niet door elke toeschouwer worden herkend.

Hierdoor ontstaat het risico dat het ontwerp minder communiceert dan verondersteld en dat betekenis vooral wordt geprojecteerd door degene die het ontwerp leest en niet gecommuniceerd door degene die het draagt.


Bovendien blijkt dat het streven naar leesbaarheid vaak leidt tot versimpeling. Hoe explicieter een vorm een eigenschap probeert te communiceren, hoe groter de kans dat het ontwerp richting stereotypen of kostuumontwerp beweegt.


Het ontwerpproces beweegt zich daarmee continu tussen over duidelijkheid en onleesbaarheid, zonder een stabiel midden te bereiken en ik weet niet zeker of een dergelijk midden überhaupt bestaat.

breakdance by Kenji at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond
Bryan Smeets as legendary number 14 at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond

Constructie en detail
 

Binnen het project worden details ingezet als dragers van subtiele betekenis. Verborgen elementen, asymmetrie en materiaalcontrasten zouden bijdragen aan een gelaagd narratief.

In de praktijk blijkt echter dat deze details niet altijd zo worden geïnterpreteerd: sommige keuzes worden direct begrepen zonder toelichting, terwijl andere ook na uitleg voor sommigen nog onduidelijk blijven. Zonder context blijven veel van deze elementen wel zichtbaar aanwezig maar inhoudelijk dubbelzinnig.

Er ontstaat hiermee een risico van overladenheid: het toevoegen van meerdere lagen betekenis die vooral binnen het ontwerp zelf functioneren, maar niet noodzakelijkerwijs worden waargenomen door de toeschouwer.


Dit ondermijnt het idee dat kleding als communicatiemiddel kan fungeren en benadrukt opnieuw de afhankelijkheid van interpretatie.


Het roept een ongemakkelijke vraag op: voor wie wordt het ontwerp eigenlijk gemaakt? Voor de drager, de toeschouwer of voor mij als ontwerper om kennis op te doen?

Bryan Smeets at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond
Christoph opens up at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond

Tussenbalans
 

Het ontwerpproces binnen REBIRTH laat zien dat het vertalen van identiteit naar kleding geen volledig beheersbaar proces is maar een proces dat wordt gekenmerkt door keuzes, reducties en aannames.

Waar het proces aanvankelijk wordt ingezet om identiteit zichtbaar te maken laat het gaandeweg vooral zien dat dit geen eenduidig proces is. Het ontwerpproces fungeert daarmee minder als bevestiging van een vaste methode en meer als inzicht in de werking en grenzen ervan.

Tegelijkertijd heeft dit proces iets opgeleverd wat een meer gestructureerde aanpak minder snel had gegeven: een scherper gevoel voor waar kleding als medium ophoudt. Niet als mislukking maar als informatie. Elk moment waarop een ontwerp niet deed wat ik wilde dat het deed, stelde een nieuwe vraag. Waarom werkt dit detail niet zonder uitleg? Waarom voelt dit silhouet eerder als stereotype dan als portret?

Juist die vragen zijn het resultaat van dit onderzoek, meer nog dan de ontwerpen zelf. Ze geven richting aan hoe ik in de toekomst wil werken: met meer bewustzijn van de grenzen van het medium en met minder neiging om elke eigenschap van iemand te willen vangen in een kledingstuk of een look.

Volgende pagina is Presentatie of ga terug naar Inleiding.

Luc at REBIRTH by JJAYCE at Weerstand Roermond